Lillo Krabbevanger berghoeveschuur te Bokrijk

Index SUPERTIP: ONZE HUIFKARTOCHTEN Rondleidingen Poldermuseum Agenda Linken Getijden Horeca

Voor rondleidingen contacteer: Werner Bril. Gsm: +32 (0) 4 77 55 41 48.


U heeft vragen, wenst ons te boeken?

E-mail ons hier

"OUDSTE OORDERSE SCHUUR VERHUISDE NAAR BOKRIJK"


LANGSE SCHUUR VAN OORDEREN

  • AFKOMSTIG VAN OORDEREN (VERDWENEN POLDERDORP)
  • GEBOUWD IN MIDDEN 18E EEUW
  • NAAR BOKRIJK VERHUIST IN 1965


Foto Copyright Werner Bril, 2016.


MinisteriŽle opening van de Schuur Van Oorderen.

Het erf bestond uit het woonhuis, stallingen en de bergschuur. Enkel de schuur is overgebracht naar het Openluchtmuseum. De schuur is ingepland in het gedeelte ĎOost- en West- Vlaanderení. Samen met de dijkhuisjes en de wagenschob uit Kallo, vormt de schuur in Bokrijk een tastbare herinnering aan het Antwerpse polderlandschap van een eeuw geleden. De tussenschotten en de op- en neerwaarts openklappende luiken die de dorsvloer van de stallingen scheidden, werden niet terug opgebouwd. De daktimmer werd bij de heropbouw in 1966 volledig vernieuwd. Daarbij werden ruim 6 km rietlatten vernageld en 35 ton riet verbruikt. Het dak heeft een oppervlakte van 1100 m≤. In 2011 werd de renovatie van de schuur aangevat. Zo kreeg de schuur een nieuw rieten dak, het houtwerk werd behandeld, het schrijn- en metselwerk werden hersteld en de lemen vloer werd volledig vernieuwd.

Toch een beetje spijtig is het feit dat je deze schuur die aan de rechteroever van de schelde heeft gestaan, moet gaan zoeken in het landschap van Oost- en West Vlaanderen. Maar ze mag zeker worden gezien. Haar indrukwekkende afmetingen zorgen er zelfs voor dat maar liefst drie hoog de scheepscontainers in de ruimte staan opgesteld. En al bij al, een toch spectaculair monument uit de verdwenen polderdorpen ten noorden van Antwerpen.

Wie meer wenst te weten over dit gebouw, en niet naar Bokrijk wil of kan gaan kijken, kan terecht voor meer info in het Poldermuseum te Lillo fort, of bij uw gids Werner Bril.

En tijdens onze rondritten doorheen de routes van ons nieuwe project. "Busje havendorpen". Een tripje doorheen de haven van Antwerpen (rechteroever). Maar specifiek gericht op de dorpen, en forten vanaf de 16de eeuw. Een reisje langs geluk en ontij, langs bloederige strijdperken en twee resterende woonkernen nabij de Nederlandse grens. Een stop in de ooit gebouwde "Stadt Santfliet". Het Hulst van "Aantwaarpe". Verdwenen maar niet dood.
Berendrecht, bekend als de ratten van de Polder, waarom? vraag het tijdens uw tripje aan uw begeleider. Ook hij is een kind van de onteigeningen.

En zo heeft iedere polderdorp toch nog minstens ťťn restant van de ontruimde dorpen.

  • Lillo heeft het fort en de Eenhoormolen
  • Wilmarsdonk, een kerktorentje gelegen midden in een containerbedrijf
  • Oorderen de schuur van de berghoeve te Bokrijk
  • En Oosterweel, het bewaarde in het toenmalige diepste Putteke van BelgiŽ, zes meter lager, haar kerkje.


Foto Copyright Werner Bril.




Bekijk hieronder het album over de gebouwen in het Domein Bokrijk.

GESCHIEDENIS VAN BOKRIJK EN HET OPENLUCHTMUSEUM BOKRIJK

De vroegste bronnen tot de Franse overheersing Graaf Arnold IV van Loon en Chiny verkocht op 9 maart 1252 een woud gelegen tussen Genk, Zonhoven en Hasselt aan de vrouwenabdij van Herkenrode te Kuringen bij Hasselt. Dit woud wordt 'Buscurake' of Buksenrake ('buk' = beuk, 'rake' = een strook grond) genoemd, een plaatsnaam die nadien over 'Bouchreyck' evolueerde tot Bokrijk. De cisterciŽnzerzusters bouwden er een abdijhoeve, lieten vijvers uitgraven en plantten er bomen. De abdij verhuurde haar grangiae (hoeve) aan 'halfwinnen' (= pachters die werkten voor de helft van de opbrengst). In 1447 werd Bokrijk een gewone pachthoeve. Het domein bleef eeuwenlang in het bezit van de abdij totdat de Franse revolutionairen de abdij in 1797 ophieven en het goed op 22 april van hetzelfde jaar verkochten aan een inwoner van Maastricht.

Teloorgang van Bokrijk als landbouwbedrijf

Vanaf deze periode werden de gebouwen verwaarloosd en tot 1890 waren er vele eigenaars. De familie Maris-Vanhese liet in 1890 het vervallen woongedeelte afbreken, maar spaarde de bijgebouwen. Ze bouwden op de plaats van de vroegere woning een neoclassicistisch kasteel, dat ze echter niet konden voltooien. Ze verkochten in 1896 het kasteel en het domein aan graaf de Meeus, die het voltooide. De graaf baatte op het domein tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een ijzerwinning uit. Tijdens de oorlog verkocht hij het domein en het kasteel aan een Joodse familie uit Duitsland. In 1919 legde de Belgische staat beslag op het domein en verkocht het aan de S.V. Middenkredietkas van de Belgische Boerenbond in 1928. Bokrijk werd ingericht als modellandbouwuitbating. Deze modellandbouwuitbating mislukte door de crisis en het faillissement van de Boerenbond.

Naar een Provinciaal Domein

Op 21 maart 1938 werd Bokrijk door de provincie Limburg verworven. De grote promotor voor deze aankoop was de toenmalige Provinciegouverneur Hubert Verwilghen. Reeds lang koesterde hij het idee om een cultuur- en natuurproject met elkaar te verbinden. De visie van gouverneur Verwilghen kreeg pas jaren later concrete invulling. Op 6 oktober 1953 besloot de Bestendige Deputatie van de Provincie Limburg, onder dynamische impuls van Gouverneur Louis Roppe, in Bokrijk een openluchtmuseum op te richten. Oorspronkelijk wilde deze voormalige gouverneur van de provincie Limburg met dit openluchtmuseum verhinderen dat gebouwen met culturele of historische waarde zouden verdwijnen. Met de naoorlogse industriŽle versnelling en de toenemende welvaart in de "fifties" dreigde het Vlaamse woonlandschap op korte tijd verloren te gaan. Dr. Jozef Weyns werd aangesteld als coŲrdinator van dit project en als eerste conservator van het Openluchtmuseum.

Het Provinciaal Domein Bokrijk

Het Provinciaal Domein Bokrijk is momenteel 550 hectare groot en ligt te midden van uitgestrekte bos- en natuurgebieden. Het domein is het meeste bekend omwille van zijn Openluchtmuseum. Dit is slechts ťťn onderdeel van een groter recreatief geheel. Op het domein werden ook een speeltuin, een arboretum en een geuren- en kleurentuin aangelegd. Verschillende wandelwegen en fietspaden die aansluiten op de routes in Belgisch-Limburg doorkruisen het geheel. In het domein vonden vanwege de mooie decors ook verschillende opnames plaats voor televisiereeksen en speelfilms zoals de tv-reeks Johan en de Alverman en de Suske en Wiske-speelfilm De duistere diamant.

Openluchtmuseum Bokrijk

Het Openluchtmuseum van Bokrijk werd op 12 april 1958 officieel geopend. Een honderdveertigtal authentieke gebouwen vormen de kern van de erfgoedcollectie. Naast deze gebouwen bestaat de collectie verder uit gereedschappen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. In het totaal omvat dit 30 000 stukken kwetsbaar erfgoed en getuigen van het dagelijkse leven van de 17e eeuw tot 1950. Het Openluchtmuseum werkt naar een interactieve en dynamische ontsluiting van haar erfgoedcollectie. Zoals Sten Rentzhog formuleerde: "The challenge is how best to use the existing buildings: a question to which many besides Bokrijk seek answers. They know where they are going, but are still feeling their way when it comes to methods of getting there. Perhaps it is just therefore that Bokrijk is one of the most exiting open air museums in existence at the moment" (2007, 347).

Naar een Provinciaal Domein

Jozef Weyns (1913-1974), was de bezieler en eerste conservator van het Openluchtmuseum van Bokrijk. Weyns was academisch actief rond materiŽle volkscultuur en heemkunde. Vanuit zijn specialisatie werd Jozef Weyns door het Limburgse provinciebestuur aangetrokken om in 1953 te starten met de uitwerking van het Openluchtmuseum. Er was toen reeds een bouwsel opgericht, een langgevelhoeve afkomstig uit Lummen, de Wellenshoeve genoemd naar kunstschilder Charles Wellens, die de oprichting ervan begeleidde en enkele typische attributen toevoegde aan het oorspronkelijke gebouw.

Gebouwencollectie

Het Openluchtmuseum telt 140 authentieke historische gebouwen. De kleinere constructies zoals bakovens of rennen voor pluimvee worden hier niet meegerekend. Hoewel het oudste gebouw van 1507 dateert, bestaat de collectie hoofdzakelijk uit bouwwerken van de late 17e tot einde 19e eeuw. De nadruk ligt in het bijzonder op landbouwhoven en -schuren. Daarnaast zijn ook dagelijks belangrijke gebouwen voor het dorpsleven (smid, school, kerk, herberg en handwerkersgebouwen) in de collectie opgenomen. Tijdens de vroege opbouw van het Openluchtmuseum (1953 - 1958) werd gericht gezocht naar gebouwen van historisch bouwtechnische waarde of gebouwen met typische stijlkenmerken voor een specifieke regio. De meeste gebouwen verkeerden toen reeds in een vergaande staat van verval. Met het oog op latere reconstructie, werden deze vervallen gebouwen afgebroken. Dit verplaatsen was een tijdrovend proces waarbij men elk object nummerde, intekende in een inventaris en bouwplan en vervolgens nauwgezet heropbouwde. Alle gebouwen restaureerde men hierbij tot in hun meest oorspronkelijke kern. Al komen de gebouwen uit verschillende streken in Vlaanderen, in het Openluchtmuseum zijn zij als representatieve dorpskernen samengebracht. Vlaamse dorpen veranderden niet fundamenteel tussen de late middeleeuwen en de Eerste Wereldoorlog. Het Openluchtmuseum brengt een doordacht beeld van het dorpsleven tijdens de nieuwe tijd en de vroegmoderne tijd. Door de gewijzigde erfgoedwetgeving in BelgiŽ en Vlaanderen mogen gebouwen van historische waarde enkel nog 'in situ' geconserveerd worden. Gebouwen uit hun oorspronkelijke context halen en elders opbouwen, kan niet meer. Dit betekent dat de gebouwencollectie van het Openluchtmuseum van Bokrijk niet meer aangroeit.

Museale werking

Het Openluchtmuseum maakt de geschiedenis tastbaar en 'zelf beleefbaar'. Oude ambachten kan men aan het werk zien. Het museumdeel van Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen toont onder meer mandenvlechten, wolverven, schoenmaken, houtdraaien, strobewerken, vilten en hoedenmaken. Hiervoor trekt het Openluchtmuseum meester-ambachters aan. Het Museumdeel van Haspengouw staat in het teken van de 'levende geschiedenis'. Acteurs verlevendigen op historisch correcte wijze de museumgebouwen en brengen het leven zoals het was, 100 jaar geleden. Het museumdeel van de Kempen wordt voorbehouden voor het uitwerken van de jaarthema's. In het Openluchtmuseum is een snoepwinkel aanwezig waar men handgemaakt snoepgoed volgens oude recepten vervaardigt. Het Openluchtmuseum en het domein kennen voorts uitgebreide horecagelegenheden waar men ook traditionele gerechten kan proeven.

Jaarthema's

Het Openluchtmuseum werkt inhoudelijk met jaarlijkse thema's:

  • 2006: Gokken, Kansen en Spelen
  • 2007: Vergeten Eten
  • 2008: Aan Tafel 't is Feest
  • 2009: Op smokkeltocht
  • 2010: Welkom in de wereld van Bokrijk
  • 2011: De 5e boog
  • 2012: The Sixties
  • 2013: In het wiel van de Sixties

Jaarthema's worden multimediaal uitgewerkt en verduidelijken aspecten van het heden aan de hand van evoluties en feiten uit het verleden. Vergeten Eten ging in op de evolutie van eetgewoonten, etiquette, teeltwijzen, bewaringstechnieken, streekgebonden gerechten en de in onbruik geraakte groenten- en fruitsoorten. Aan Tafel 't is Feest gaat verder in op feesten, feestgerechten en de organisatie van de feesttafel. Het jaarthema wordt in de werking van Bokrijk geÔntegreerd via museumevenementen, thematische arrangementen en gegidste rondleidingen.

Het vreemde bos (Hugo Duchateau)

Beeldend kunstenaar Hugo Duchateau realiseerde in 2002 de installatie 'Het vreemde bos' in het Openluchtmuseum. De installatie bestaat uit een 20-tal werken die langs de bospaden van en naar de museumdelen De Kempen, Oost- en West-Vlaanderen en de Oude Stad staan opgesteld. Inhoudelijk onderzoeken Duchateaus werken de symboliek en dubbele bodems van concepten als 'bos', 'wonen', 'bosbewonen' en de relatie 'mens - natuur'. De installatie 'Het vreemde bos' gaat geheel op in zijn omgeving en is hierdoor subtiel en toch bevreemdend aanwezig. Deze installatie is permanent te bezichtigen op openingsdagen van het Openluchtmuseum.

Arboretum

Het Domein Bokrijk herbergt een van de omvangrijkste plantencollecties in BelgiŽ. Het Domein startte in 1965 met de aanleg van het Arboretum op een terrein van 18ha. Deel van de collectie werd binnen thematische siertuinen uitgewerkt: een Mediterrane tuin, een varentuin, een bostuin en een moerastuin. In Bokrijk kan men de nationale bamboecollectie bezoeken. Het Arboretum bezit daarnaast ook de grootste referentiecollectie voor hulst (Ilex) in Europa. Het Arboretum is als officiŽle proeftuin voor hulst verbonden aan de Amerikaanse Holly Society. Ook voor rododendron en azalea's is Bokrijk bekend. Delen van de plantencollectie liggen ook buiten het Arboretum. Zo maken de kruidentuin, de moestuin (oude variŽteiten) en de historische hoogstamboomgaard deel uit van het Openluchtmuseum. Vlak bij het kasteel en de speeltuin van Bokrijk ligt de Geuren- en Kleurentuin. De collectie van het Arboretum van Bokrijk kan worden geraadpleegd via PLANTCOL. Het Arboretum is het hele jaar geopend.

Recreatie

Tot de uitgebreide recreatiemogelijkheden behoren fietsen (knooppunt Limburgs fietsroutenetwerk) en natuurwandelingen (Natuurdomein Kiewit, Regionaal Landschap Lage Kempen). Het natuurgebied Het Wik (103 ha, beheer Natuurpunt) maakt deel uit van het domein. Het Domein Bokrijk is ook gastheer voor het Groene Huis,[2] het provinciaal Natuurcentrum. Ook visvijvers maken deel uit van het provinciaal domein Bokrijk. Daarnaast is er nog het Bokrijk Adventurepark voor teambuilding, paintball, klimmuur en een hindernissen- en/of klimparcours.


Literatuur

  • Bokrijk, themanummer van het tijdschrift Vlaanderen, 24, nr. 147, juli-augustus 1975.
  • Boesmans (Annick) en De Ceuster (Paul). "Beeldig" Bokrijk. Gent, Snoeck-Ducaju & Zoon, provincie Limburg, Grafische Studio, 1998, 132p.
  • De Keyzer (Laurens ). Het Openluchtmuseum van Bokrijk. Gent-Amsterdam, Ludion, Ludion Guides, 2001, 128p. (foto's Michiel Hendryckx
  • De Keyzer (Laurens). The Open-Air Museum Bokrijk. Gent-Amsterdam, Ludion, Ludion Guides, 2001, 128p. (foto's: Michiel Hendryckx)
  • De Rynck (Patrick) red. Achter de Traditie. Op zoek naar een levend verleden. Leven en werk van Jozef Weyns. Antwerpen, Provincie Antwerpen, Streekgericht, nr.2, 2008, 287p. (ISBN 978-90-6625-110-6)
  • Laenen, (Marc) (ed. Pesch (Diether)). Flšmische Volkskunst : Flšmisches Freilichtmuseum Bokrijk : Museumsverein Dorenburg Nierrheinisches Freilichtmuseum Grefrath. Grefrath, Niederrheinisches Freilichtmuseum, 1975 , 32p.
  • Minders (Willy). Bokrijk zin en zijn. Uitgeverij Lannoo, uitgave door bestendige deputatie van Limburg, 1970.
  • Ceyssens (Kristien) en Nouwen (Robert). Ensuring the Future of our Past. The New Depot of the Provincial Bokrijk Open Air Museum, in Conference Report 2007 Association of European Open Air Museums. onder redactie van De Jong (Ad); Kerkhoven (Jaap) en Nouwen (Robert), Arnhem, Enkhuizen, Genk, 2007, 191-197
  • Raskin (Ludo) en Duchateau (Hugo). Het vreemde bos. Antwerpen, Petraco - PANDORA, 2002. (installaties van H. Duchateau, deels gerealiseerd in Bokrijk)
  • Rentzhog (Sten). Open Air Museums. The history and future of a visionary idea. Kristianstad, Carlsson/Jamtli, 2007, 530p. (ISBN 978-91-7948-208-4)
  • Weyns (Jozef). Omstandige Gids van het Openluchtmuseum te Bokrijk. Beringen, Peters, 2e ed., 1967, 121p.


^ Naar boven      Website © Werner Bril.         Foto's © Werner Bril, 2005-2016 Alle rechtenvoorbehouden.   Gastenboek.