Napoleon Bonaparte

Index SUPERTIP: ONZE HUIFKARTOCHTEN Rondleidingen Poldermuseum Agenda Linken Getijden Horeca

Voor rondleidingen contacteer: Werner Bril. Gsm: +32 (0) 4 77 55 41 48.


U heeft vragen, wenst ons te boeken?

E-mail ons hier

NAPOLEON BONAPARTE. Onderbreek nooit de vijand die een fout maakt.


AFKOMST VAN NAPOLEON BONAPARTE

Napoleon Bonaparte, misschien wel een van de belangrijkste politieke leiders uit de moderne tijd, werd geboren op 15 augustus 1769 in Ajaccio, de hoofdstad van het Franse eiland Corsica. Zijn ouders waren afkomstig uit de lagere adel en dus relatief welvarend. Hij genoot een strenge opvoeding.

Jeugd van Napoleon Bonaparte

In zijn jeugd werd al snel duidelijk dat Napoleon een grote toekomst had. Zijn vader, die advocaat was, zorgde ervoor dat de jonge Napoleon op 9-jarige leeftijd een studiebeurs kon krijgen. Hij vertrok naar Autun, op het Franse vasteland, om daar Frans te leren en later zijn opleiding op een militaire academie te vervolgen.

Napoleons carrière en het begin van de Franse Revolutie

Napoleon doorliep de militaire opleidingen die hij volgde glansrijk en werd al op 16-jarige leeftijd benoemd tot tweede luitenant in het Franse leger. Dit was in 1785, vier jaar voordat de Franse Revolutie losbarstte. Toen deze in 1789 uitbrak, sloot de jonge Napoleon zich aan bij de revolutionaire Jacobijnen, een belangrijke fractie van voorstanders van de omverwerping van het oude Franse regime. Hij leidde op Corsica een regiment van vrijwillige Revolutionaire troepen en werd in 1792 benoemd tot officier in het reguliere Franse leger.

Napoleon en zijn eerste succes in de Franse Revolutie

Tijdens de Franse Revolutie begon de grote zegereeks van Napoleon. Om te beginnen baarde hij in 1795 veel opzien door een opstand in Parijs neer te slaan. Op dat moment waren de Jacobijnen overigens al afgezet en was de chaos in Frankrijk groot. Napoleon liet het leger dat hij leidde schieten op een groep koningsgezinde demonstranten en toonde hiermee zijn grote betrouwbaarheid. Dit was zijn eerste belangrijke overwinning. Er zouden er nog vele volgen.


Het persoonlijke pistool dat Napoleon bij zich had op zijn reizen.

De Italiaanse veldtocht

Door de overwinning in Parijs werd Napoleon aangesteld als opperbevelhebber van het Franse leger dat Italië moest veroveren. De Fransen waren inmiddels overal in Europa oorlog aan het voeren en wilden vanuit Italië het laatste grote rijk, dat van Oostenrijk, aan kunnen vallen. Deze Italiaanse veldtocht begon in 1796 en Napoleon behaalde in de Italiaanse gebieden het ene succes na het andere. In 1797 was het leger van Napoleon al zover dat het Oostenrijk dwong om grondgebied af te staan. Verschillende Italiaanse gebieden waren veroverd en de populariteit van Napoleon in Frankrijk nam enorme vormen aan, hij werd inmiddels ‘de redder van Frankrijk’ genoemd.

Napoleons zegetocht gaat verder: de veldtocht in Egypte

Na de succesvolle Italiaanse veldtocht laat Napoleon zich met geroofde Italiaanse kunst bejubelen in Parijs. De regering in Parijs, het Directoire, begon zich zorgen te maken om de macht die Napoleon als gevolg van zijn populariteit naar zich toe trok. Napoleon begon echter aan de volgende opdracht: de Britten op zee bestrijden, zodat Frankrijk een groter koloniaal rijk kon worden dan het Britse Rijk was. Hij trok met een vloot naar de Middellandse Zee om voor de kust van Egypte tegen de Britten te vechten. Ook dit werd een groot succes. Napoleon slaagde er in 1799 in om via Alexandrië Caïro te veroveren. Hij had in deze strijd zeggenschap over een leger van 32.300 soldaten.

Napoleon grijpt de macht

Ondertussen werd Frankrijk steeds meer geteisterd door interne problemen. Er was enorme inflatie, er werden op militair gebied verliezen geleden en het werd steeds duidelijker dat de macht van het Directoire tanende was. Een van de drie leiders van het Directoire, Emmanuel Joseph Sieyes (1748-1836), plande een staatsgreep en vroeg Napoleon hierbij om hulp. De staatsgreep van 18 Brumaire vond op 9 november plaats. Hoewel Sieyes zichzelf als nieuwe leider van de Franse Republiek in gedachten had, zorgde Napoleon er tijdens deze staatsgreep voor dat hij zelf de machtigste man in Frankrijk werd. Het Napoleontische tijdperk begon.

Napoleon consolideert zijn macht

Aanvankelijk was Napoleon één van de drie consuls die de Franse Republiek moest leiden, maar doordat hij de militaire macht in handen had kon hij de andere machthebbers gemakkelijk aan de kant schuiven, waardoor hijzelf oppermachtig werd. Op papier was er echter nog een aantal jaren sprake van een verdeling van de macht, maar daar maakte Napoleon stapsgewijs een einde aan. Hij veranderde de schijndemocratie die Frankrijk op dat moment was langzaam maar zeker in een dictatoriale staat waarvan hij zelf de leiding had.

Napoleon wordt keizer

Napoleon slaagde er in de jaren daarna in om al zijn politieke tegenstanders te verslaan. Dit deed hij onder meer door vrede te sluiten met Groot-Britannië en de Paus, hierdoor werden de interne problemen in Frankrijk kleiner, waardoor Napoleons macht juist groter werd. In 1802 liet hij zich tot consul voor het leven benoemen. Twee jaar later, in 1804, laat hij zichzelf tot keizer kronen. Vanaf dat moment heeft Napoleon dus echt alle macht in Frankrijk in handen. Dit zal uiteindelijk zorgen voor enorme veranderingen, niet alleen in Frankrijk, maar ook in de rest van Europa.

Napoleons hervormingen

Napoleon voert een groot aantal hervormingen door in Frankrijk, waarvan vele tot op de dag van vandaag bestaan. Hij zet een efficiënt bureaucratisch systeem op, waardoor steeds meer centraal kan worden gereguleerd. Zo voert hij overal dezelfde lengtematen en gewichten in en zorgt hij ervoor dat het onderwijs door de staat wordt gereguleerd. Ook zorgt Napoleon voor een einde aan de enorme inflatie in Frankrijk door in 1800 de Bank van Frankrijk in het leven te roepen. Verder weet hij de macht van de katholieke kerk in te perken door deze aan de staat te binden.

Code Civil

In 1804 komt er onder leiding van Napoleon een geheel nieuw wetboek tot stand. Hierin worden verschillende idealen uit de Franse Revolutie vastgelegd. In dit wetboek, dat Code Civil heet maar ook wel Code Napoleon wordt genoemd, wordt onder andere de persoonlijke vrijheid van iedere burger vastgelegd. Ook wordt in de Code Civil gewaarborgd dat iedereen gelijk is voor de wet en wordt de macht van de kerk nog verder ingeperkt. Bij deze zogenaamde gelijkheid voor de wet kan overigens wel worden opgemerkt dat mannen aanzienlijk meer rechten kregen dan vrouwen. Ook werd in de Code Civil eens te meer vastgelegd dat de burgerij in Frankrijk leidinggevend was.

Napoleontische oorlogen

Op militair gebied ging het Frankrijk intussen voor de wind. Waar de Fransen voor Napoleons alleenheerschappij met wisselend succes al in oorlog waren met vrijwel el ander land in Europa, kreeg Frankrijk onder zijn militaire bewind een groot deel van Europa onder haar macht. Sommige landen, zoals België en Nederland, werden direc ingelijfd bij het Franse Keizerrijk. Andere Europese landen werden bondgenoten van Napoleons Frankrijk of stonden onder indirecte controle. Napoleon behaalde het ene militaire succes na het andere. De oorlogen die hij voerde in de tijd dat hij keizer was, worden ook wel de Napoleontische oorlogen genoemd.

Napoleons invloed in Europa

De invloed die Napoleons Frankrijk op de bestuurlijke indeling van de landen die onder zijn heerschappij vielen had, was groot. Zo werd de Code Civil niet alleen in Frankrijk ingevoerd. Napoleon gebruikte het als exportproduct, waardoor het wetboek onder andere in België en Nederland werd ingevoerd. Maar dit was niet de enige verandering in Europa die direct of indirect door de heerschappij van Napoleon veroorzaakt werd. Zo verspreidden liberale ideeën zich over heel Europa, werden staten veel centralistischer en sterker en werd het nationalisme een populaire ideologie.

Napoleon en het bondgenootschap met Rusland

Een ander gevolg van Napoleons heerschappij in grote delen van Europa, is dat er onvrede was over zijn macht. In grote delen van zijn Rijk was veel armoede en heerste hongersnood. Zo leidde Napoleons bondgenootschap met Rusland tot onvrede onder de Russische bevolking, onder andere onder handelaren, omdat de Russische economie leed onder het bondgenootschap. De Russische tsaar, Alexander I (1777-1825), zegde daarom in 1810 het bondgenootschap met Frankrijk op en herstelde de banden met Groot-Brittannië, van oudsher een vijand van Frankrijk.

Oorlog met Rusland in 1812

Hier was Napoleon niet van gediend en twee jaar later, in 1812, trok hij met een leger van liefst 600.000 man richting Rusland. Dit was op het moment het grootste leger dat ooit op de been was geweest. Het werd dan ook de Grande Armée (het grote leger) genoemd. Napoleon verklaarde Rusland de oorlog en trok met zijn leger via Polen het land binnen. Aanvankelijk met enig succes, in september 1812 bereikte Napoleon met zijn leger Moskou. Maar de verliezen onder de Grande Armeé waren enorm en Moskou was geëvacueerd, waardoor de Russen de stad niet verdedigden en de tsaar nog steeds aan de macht was. Napoleon stelde vrede voor, maar dit werd door de Russen geweigerd.

De terugtocht uit Rusland

Napoleons troepen waren uitgeput en flink in aantal afgenomen. Ondertussen hadden de Russen nog een andere tactiek. Ze staken Moskou in brand, waardoor Napoleon zich in oktober 1812 gedwongen zag om zich met zijn leger, of wat er nog van over was, terug te trekken. De voorraden van de Grand Armeé waren uitgeput en de gevolgen voor het leger, dat uit soldaten van verschillende nationaliteiten bestond, waren enorm. Er was tijdens de terugtocht vanuit Rusland nog maar 30.000 man over en het leger zou nog verder slinken, niet in de laatste plaats door de strenge winter. Volgens de overlevering bleef er van de Grand Armeé uiteindelijk nog maar 1000 man over. Hierdoor groeide het verzet tegen Napoleon, verschillende andere Europese landen verklaarden hem de oorlog. Ondertussen was Napoleon zelf al terug naar Parijs gevlucht, in een poging te redden wat er te redden viel. Maar het bleek te laat.

Napoleons verbanning naar Elba

Verschillende legers waren inmiddels opgerukt naar Parijs om een einde te maken aan de heerschappij van Napoleon. Napoleon wordt op 6 april 1814 gedwongen om af te treden. Hij werd naar het Italiaanse eiland Elba gestuurd, waar hij de heerschappij over kreeg. In Frankrijk werd de oude monarchie in ere hersteld. Toch was dit niet het einde van de politieke carrière van Napoleon.

De heerschappij der honderd dagen

Na de val van Napoleon ontstond in Europa chaos en ook in Frankrijk was lang niet iedereen tevreden over de herstelde koninklijke macht. Koning Lodewijk XVIII (1755-1824) regeerde namelijk met harde hand. Napoleon ontsnapte vervolgens van Elba en keerde terug naar Frankrijk. Een groot deel van het leger had genoeg van koning Lodewijk XVIII en liep over naar Napoleon, die opnieuw de macht greep, tot grote schrik van andere Europese landen. Hij stelde dat hij Frankrijk op vreedzame wijze wilde gaan regeren, maar daar had de rest van Europa weinig vertrouwen in. En terecht, want al snel bleek dat Napoleon van plan was zijn grote macht te herstellen. Hij stelde een leger samen en trok richting het huidige België.

De Slag bij Waterloo

Napoleons bedoeling was om in België de Engelsen en de Pruisen te verslaan. Aanvankelijk boekten hij en zijn leger enig succes, maar op 18 juni 1815 komt het laatste leger van Napoleon toch echt ten val. Bij Waterloo wordt het verslagen door een vijandig Frans leger, het Engelse leger en een aantal Nederlandse troepen. Napoleon probeerde te vluchten, maar was uiteindelijk genoodzaakt zich over te geven aan de Engelsen. Na honderd dagen kwam er voor de tweede en laatste keer een einde aan de heerschappij van Napoleon.

Verbanning naar Sint-Helena en overlijden

Napoleon vroeg asiel aan in Engeland en de Engelsen stemden hier mee in. Ze waren echter vastbesloten om hem niet in Europa te laten blijven en kozen ervoor om hem naar het eiland Sint-Helena te verbannen. Dit eiland ligt in de Atlantische Oceaan in de buurt van Zuid-Afrika. Omdat Napoleon na zijn eerste verbanning wist te ontsnappen, werd het eiland de rest van Napoleons leven streng bewaakt. Hij schreef er zijn memoires en genoot wel enige vrijheid op het eiland, maar zijn gezondheid ging snel achteruit. Op 5 mei 1821 sterft Napoleon op Sint-Helena. Hij is op dat moment 51 jaar oud. Over de doodsoorzaak bestaan verschillende theorieën, maar het meest waarschijnlijk is dat hij stierf aan een vorm van maagkanker, hoewel er ook historici zijn die beweren dat hij is vermoord.


SLAG BIJ WATERLOO.

De nacht van 17 en 18 juni regende het. De grond verranderde in modder. Dat was de reden dat Napoleon de volgende dag om half twaalf pas het sein gaf om aan te vallen. Maar toen was het ook nog te nat om de kanonnen te vervoeren. Mede daardoor slaagde Napoleons broer Jérôme Bonaparte er niet in de kasteelboerderij Gouhoumont in te nemen. Die aanval was een afleidingsmanoeuvre, voor de centrale aanval die rond 2 uur 's middags door maarschalk Ney tegen Mont-Saint-Jean werd ingezet. Op bevel van Jérôme Bonaparte werden er meer Franse troepen tegen Hougoumont ingezet. Daarvan was het gevolg dat de geallieerden niet gedwongen waren hun linies te verzwakken om Hougoumont te versterken, Maar juist de Fransen verloren steeds meer mannen op deze plek. De brigade van Bylandt, was tot stomme verbazing van vele ooggetuigen, voor de geallieerde linie opgesteld. Zij stonden open en blood tegenover de Fransen, terwijl de rest van het Geallieerde leger juist achter de huivelkam stond. gelukkig werd de brigade op tijd teruggetrokken achter de heuvelkam. Ondertussen werden er door de Fransen 77 kanonnen verzamelt, een ' Grande Batterie'. Rond 1 uur 's middags opende de 'Grande Batterie' het vuur. Deze kanonnen hadden minder effect dan verwacht.

Dat kwam doordat de Britten en Nederlanders achter de heuvelkam waren opgesteld en hadden het bevel gekregen om te gaan liggen. De modderige grond heeft ook een bijdrage geleverd. De kanonskogels verminderde van vaart als zij de grond raakte en de scherven verdwenen in de modder. Napoleon gaf bevel tot een aanval. 16.000 mannen gingen samen met de vier divisies van d'Erlons 1e legerkorps op de linkervleugel van de Geallieerde. In vier groepen marcheerden zijn troepen voorwaarts. De aanval was gerich op de zwakke oostflank. Daar zat ook de brigade van Bylandt. Deze brigade zorgde voor enige weerstand maar het kon niet op tegen het Franse leger, en trokken zich terug achter de Britse linie. Daarna volgde een gevecht, tussen het Franse leger en de brigade van Bylandt en het Britse leger. Dit was het sein voor Wellington om nog een deel van het Britse leger te sturen. Ze liepen op de Fransen in en de Fransen moesten zich terugtrekken. De Fransen vluchten weg maar het Britse leger bleef achtervolgen. Het Britse leger werd overmoedig en wilde meteen de 'Grande betterie' aanvallen, maar die schoten terug. Er kwam een klein Frans legertje en die ging achter de Britten staan. Zo werd het Britse leger omsingeld. maar de rest van de geallieerde kwamen er al weer aan. Uiteindelijk zijn er in deze slag veel mannen om het leven gekomen. Aan het begin van de middag merkte Napoleon dat er nieuwe troepen waren gearriveerd op zijn rechter flank. Eerst dacht hij dat het maarschalk Grouchy was, die met 32.000 man achter het Pruisische leger aan was gegaan. Later zag hij dat het de Pruisen waren. Hij stuurde er een leger op af, het VI korps en 15.000 man. Hierdoor werd zijn leger aan de frontlinie verdund. Napoleon had een plan om de geallieerden met de cavalerie te bestormen, gevolgd door infanterie en artillerie om de geallieerden te verdrijven. Maar de maarschalk Nay, die de leiding over de aanval had, liet de Cavalerie te vroeg aanvallen. Toen hij aanviel was er geen infanterie en artillerie mogelijk, die waren al bezig. Maar dat wist Nay niet. Dus hij viel gewoon aan. De trompetblazers bliezen op hun trompet, en de aanval begon. Vijfduizend ruiters bestormden de geallieerden. Het ging moeilijker dan verwacht door de modderige grond. De geallieerden gingen in groepen staan om zich te verdedigen. De cavalerie kon niets beginnen zonder de steun van infanterie en artillerie. Het lukte niet de Pruisen te verslaan, dus zette Napoleon 10.000 man van zijn sterke jonge garde in. Uiteindelijk moest Napoleon ook nog eens 2 bataljons oude garde inzetten. Daarna pas lukte het om de Pruisen te verslaan. Ondertussen lukt het maarschalk Nay de hoeve La Haye Sainte in te nemen. En verdreef hiermee De King's German Legion. Alle infanterie en artillerie eenheden werden naar voren gestuurd. De Prins van Oranje probeerde nog een tegenaanval, maar deze werd gewonnen door de Fransen. Napoleon probeerde met zijn laatste mannen nog 1 aanval. Om de mannen moed te geven zei hij:'' Grouchy, Grouchy is daar !''
Uiteindelijk werd deze oorlog door Frankrijk verloren en trok Napoleon en zijn overgebleven mannen zich terug. Hij verloor de slag bij Waterloo.


DE SLOEP VAN NAPOLEON

De maquette van de staatsiesloep die voor Napoleon Bonaparte diende bij zijn bezoek aan Antwerpen in juli 1810. Het filmpje hieronder over deze maquette is ook te zien in de kennishoek van de tentoonstelling.
Antwerpen in een Franse stroomversnelling.
Vive Napoleon?! Antwerpen is tussen 1794 en 1814 onder Frans bestuur. Die korte periode heeft een grote impact op de Scheldestad en het leven van de sinjoren. Zeker wanneer Napoleon zich vanaf 1803 met de zaak gaat bemoeien. De kleine korporaal heeft grote ambities. Hij geeft Antwerpen een cruciale plek binnen zijn Europese veroveringsplannen. Het wordt de belangrijkste oorlogshaven van zijn keizerrijk. En zie: alles verandert. De haven telt na twee magere eeuwen weer mee in de wereldhandel. Ze floreert en breidt uit. De twee grote dokken rond het MAS, het Bonapartedok en het Willemdok, zijn belangrijke overblijfselen uit die Franse periode. Ze worden het begin van de ‘moderne’ haven. De 200ste verjaardag van de opening van het Willemdok (°1813) is de feestelijke aanleiding voor een overzicht van twee wervelende decennia uit het leven van Antwerpen. De stad raakt in een economische stroomversnelling maar betaalt daarvoor een zware tol. Ze leeft in een permanente staat van oorlog. Wat hebben de Fransen gerealiseerd? Wat waren ze nog van plan? En hoe hebben die 20 jaar Frans bestuur de dynamiek en de aanblik van de havenstad veranderd? ‘Bonaparte aan de Schelde’ puzzelt de bijzondere erfenis samen aan de hand van schilderijen, prenten, kaarten, scheepsmodellen en archiefstukken.


DODENMASKER NAPOLEON


Dodenmasker van Napoleon

Het dodenmasker is het allereerste afgietsel van het gezicht van Napoleon, kort na diens dood op 5 mei 1821 op Sint-Helena afgenomen. Het is gemaakt door de Schotse legerarts Archibald Arnott, die de autopsie na de dood van de keizer verrichtte. Het masker belandde in de Hermitage Sint-Petersburg vanuit de nalatenschap van hertog Maximiliaan von Leuchtenberg, die in 1839 was getrouwd met de Russische grootvorstin Maria Nikolajevna, met wie hij enkele jaren naast het Winterpaleis woonde. Aangenomen wordt dat hij het masker had gekregen van zijn vader, prins Eugène de Beauharnais, de stiefzoon van Napoleon.

Alexander, Napoleon & Joséphine, een verhaal van vriendschap, oorlog en kunst uit de Hermitage.


DE FAMILIE BONAPARTE

Minstens zo bekend als Napoleon Bonaparte zelf, is de familie Bonaparte die tot op de dag van vandaag nog nazaten heeft. Van oorsprong bezat de van oorsprong Italiaanse familie een adellijke titel en werd de achternaam als Buonoparte geschreven. Napoleon bepaalde dat hij en zijn zonen ‘Het huis Napoleon’ zouden vormen. De familienaam Buonoparte komt sinds de 12e eeuw voor, en al in de 16e eeuw vestigde Francesco Buonoparte zich op Corsica, dat toen nog behoorde tot de republiek Genua.

Zijn ouders

De vader van Napoleon heette Carlo Bonaparte, en hij verdiende de kost als advocaat. Napoleon’s moeder heette Laetizia Ramolino en zij trouwde zoals wel gebruikelijk was in haar tijd op 14 jarige leeftijd met Carlo Bonaparte. In totaal kreeg zij 13 kinderen, waarvan er 8 het overleefden en opgroeiden. Door Napoleon werd zij Madame Mère genoemd, en zij werd zeer gerespecteerd door haar kinderen. Napoleon en zijn moeder hadden een sterke band, zij bleef hem altijd steunen.

Broers en zussen

In totaal had Napoleon 4 broers en 3 zussen, en er kon gerust gesproken worden over het familiebedrijf Bonaparte, want Napoleon benoemde zijn broers en zussen op verschillende belangrijke posten.

Jozef Napoleon Bonaparte (1768 – 1844)

was de oudste zoon en een jaar ouder dan Napoleon. Dankzij hem werd hij benoemd als Koning van Napels (1806 – 1808) en als Koning van Spanje (1808 – 1813). Aanvankelijk verdiende Jozef de kost als advocaat, en hij was een van de leiders van de democratische Fransgezinde partij op Corsica en officier. In 1794 trouwde hij met Julie Clary. Uit dit huwelijk werden drie dochters geboren, van wie de eerstgeborene al stierf op één jarige leeftijd. De andere dochters Zénaïde en Charlotte trouwden respectievelijk met hun neven Karel Lucien (zoon van Lucien Bonaparte) en Napoleon Lodewijk (zoon van Lodewijk Napoleon Bonaparte). Jozef hielp mee om het Franse bestuur op Corsica te organiseren en hij was ook Frans gezant bij de paus. In werd hij 1806 benoemd tot koning van Napels, en ging daar ijverig aan de slag. Hij slaagde er niet in om de invloed van de vorige koning Ferdinand IV te doen afnemen, en Napoleon zou hem in 1808 vervangen door zijn zwager Joachim Murat. Jozef werd koning van Spanje, maar dat werd geen succes want hij was niet opgewassen tegen de volksopstand, en was geen krachtdadige leider.

Lucien Bonaparte (1775-1840)

werd aangesteld als Frans gezant in Madrid, en hij had dikwijls conflicten met Napoleon vanwege zijn te eigenmachtige optreden. Na onenigheid met zijn ‘grote’ broer, trok Lucien zich terug op zijn Italiaanse landerijen. Bij zijn vertrek in 1810 naar Amerika werd Lucien door de Engelsen gevangengenomen en na zijn vrijlating keerde hij in 1814 terug naar Rome. Daar werd hij door Paus Pius VII tot prins van Canino en Musignano verheven. Ondanks de conflicten, steunde Lucien zijn broer Napoleon in 1815 bij zijn vlucht van Elba naar Frankrijk en bemiddelde tevergeefs tussen Oostenrijk en Frankrijk. Uiteindelijk bracht Lucien de rest van zijn leven door in Italië en schreef proza en poëzie. Lucien trouwde twee keer. Uit zijn eerste huwelijk met Christine Boyer werden vier kinderen geboren en uit zijn tweede huwelijk met Alexandrine de Bleschamps werden 10 kinderen geboren.

Lodewijk Napoleon Bonaparte (1778 – 1846)

was naast Napoleon wellicht de meest bekende Bonaparte. Van 1806 tot 1810 was hij Koning van het Koninkrijk Holland, en hij had dikwijls conflicten met zijn broer vanwege zijn te eigenmachtige optreden. Hij werd ook wel ‘De lamme Koning’ en ‘Lodewijk de Goede’ genoemd. Uit zijn huwelijk met Hortense de Beauharnais werden drie zoons geboren, waarvan de oudste op zeer jonge leeftijd overleed.

Jerôme Bonaparte (1784-1860)

was de jongste broer. Van 1807 tot 1813 was hij, na een carrière bij de marine, Koning van Westfalen en hij had als bijnaam König Lustig. Zijn bijnaam dankte hij aan de enige Duitse woorden die hij kende: Morgen wieder lustig. Hij hield van een uitbundige en verkwistende levensstijl en bekommerde zich niet bepaald om zijn bevolking. Uit zijn huwelijk met Elizabeth Patterson, van wie hij op bevel van Napoleon scheidde, werd een zoon geboren. In 1807 hertrouwde Jerôme met prinses Catharina van Württemberg werden drie kinderen geboren. In 1848 werd zijn neef Lodewijk Napoleon (Napoleon III) gekozen tot president, en Jerôme werd aangesteld als gouverneur van de Invalides en maarschalk van Frankrijk. Bij de troonsbestijging van Napoleon III werd hij erkend als Frans prins van den bloede en mogelijke troonopvolger, en werd hij aangesteld als president van de senaat.

Maria Anna ‘Elisa’ Bonaparte (1777-1820)

stond bekend om haar scherpe tong en dat maakte haar niet bepaald geliefd bij broer Napoleon. Ook het steunen van het overlopen van zwager Joachim Murat naar Oostenrijk deed de broer en zus relatie geen goed. Zij trouwde in 1797 met de Corsicaanse prins Felix Bacciocchi. Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren. In 1805 werd zij als vorstin aangesteld van Piombino en Lucca, en in 1807 als grootvorstin van Toscane. Zij gold als een intelligente en bekwame vrouw.

Marie Paulette ‘Pauline’ Bonaparte (1780-1825)

was een beroemde schoonheid en stond ook niet bepaald bekend om een kuise levenswandel. Dit tot grote ergernis van haar ‘grote’ broer, die haar ook van het hof in Parijs verwijderde toen zij Napoleon’ s tweede echtgenote Marie Louise van Oostenrijk oneerbiedig bejegende. Zij trouwde op 17 jarige leeftijd met de generaal Charles Leclerc. Na zijn dood hertrouwde zij in 1803 met de rijke prins Camillo Borghese met wie zij naar Rome vertrok. In 1806 kreeg zij de titel Hertogin van Parma en Guastalla en in 1808 werd ze gouvernante-generaal van Piëmont. Verder was zij loyaal aan Napoleon, en gebruikte haar rijkdom om hem bij te staan.

Maria Annunciata ‘Carolina’ Bonaparte (1782 – 1839)

had verschillende titels: Princesse Française, Pinses Murat, Groothertogin van Berg, Koningin van Napels en Gravin de Lipona. Ze trouwde met Joachim Murat, die benoemd werd tot keizerlijk luitenant in Spanje, gouverneur van Parijs, maarschalk van Frankrijk, groothertog van Berg en Kleef en tenslotte Koning van Napels. Carolina gold als ambitieus en intrigerend. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren. Aanvankelijk stemde Napoleon niet toe met haar huwelijk met Murat, maar dankzij Joséphine de Beauharnais kreeg Carolina toch toestemming om met hem te trouwen. Een van haar directe nakomelingen is de Amerikaanse acteur René Auberjonois.

Schone schijn

Het leek allemaal zo mooi om eigen familieleden aan te stellen op belangrijke posten, maar de werkelijkheid was wel zeer weerbarstig. De familieleden van Napoleon blonken niet altijd uit in de juiste capaciteiten en gingen dikwijls hun eigen gang. Op Sint Helena betitelde Napoleon zijn familieleden schamper als ‘dieven, domkoppen en hoeren , wat allesbehalve vleiend was, en ook niet helemaal terecht.

Enkele huidige nazaten

Hoewel vele nazaten van de familie Bonaparte in de loop der tijd op betrekkelijk jonge leeftijd en kinderloos stierven, heeft de familie nog steeds nazaten. De Amerikaanse acteur René Murat Auberjonois (1940) Hij is een van de directe nakomelingen van Carolina Bonaparte, een van de zussen van Napoleon. Hij werd bekend als ‘Father Mulcahy’ in de verfilming van MASH en werkte mee aan televisieseries en films zoals Star Trek, Boston Legal en The Patriot.

Charles Joseph Bonaparte (1851-1921)

was een Amerikaans advocaat en de oprichter van de FBI. Hij was een kleinzoon van Jerôme Bonaparte, broer van Napoleon. Ook was hij zeer actief in de politiek. In 1905 werd hij door president Theodore Roosevelt benoemd als secretaris van de marine in het kabinet. Verder was hij een de hoofdverantwoordelijken voor het beëindigen van het tabaksmonopolie, en in 1908 richtte hij het Bureau of Investigation (BOI), de latere FBI. Uit zijn huwelijk met Ellen Channing werden geen kinderen geboren.

Prins Charles Napoléon (1950)

Wethouder van Ajaccio op Corsica. Behalve directe erfgenaam van Napoleon Bonaparte, is Charles Napoléon wethouder voor economische ontwikkelingen en toerisme. Hij is een directe nazaat van Napoleon’ s broer Jerôme, die zijn betoudovergrootvader was. De vader van Charles heette Lodewijk Napoleon. Charles Napoléon werd geboren in Frankrijk, en hij heeft een tweelingzus Catharina, een jongere zus Laure en broer Jerôme. In parijs studeerde Charles economie en hij had een eigen bedrijf. Ondanks zijn afkomst heeft Charles Napoléon geen enkele ambitie om troonopvolger te worden, en is hij een republikein.

Bron:www.isgeschiedenis.nl/


FORT NAPOLEON

Het Fort Napoleon is een fort in de Belgische kuststad Oostende. Het fort getuigt van het belang van Oostende als vestingstad in het verleden. Het is gelegen in de duinen op de oosteroever van Oostende, op wandelafstand van de haven en de zee.

Inhoud

Verschillende malen was het belang van een dergelijk fort reeds aangetoond, namelijk. tijdens het Beleg van Oostende (1601-1604) en tijdens de dagenlange beschieting van Oostende in 1706 door de Engelse vloot. Toen de Zuidelijke Nederlanden waren ingelijfd bij de Franse republiek, beseften de Fransen dit belang maar al te goed. Generaal Napoleon Bonaparte bracht hiervoor een eerste werkbezoek aan Oostende op 13 februari.1798, in het kader van een geplande invasie van Engeland. Het is echter weinig meer dan een vluchtige inspectie van de nog bestaande vestingen en het schouwen van de troepen van generaal Championnet. Maar de nodige financiële middelen voor verdere uitbreiding ontbraken en er werd slechts een sperketting aangelegd in de haven.

De Engelsen hadden weet gekregen van dit bezoek en besloten in te grijpen. Op 19 mei 1798 verscheen er een vloot van 37 schepen, onder leiding van kapitein Home Riggs Popham (1762-1820), voor de kust van Oostende. De stad werd zwaar bestookt. Een Engels expeditiekorps, onder leiding van generaal-majoor Eyre Coote (1762-1823), maakte een landing in de duinen van Bredene. Hun doel was de vernietiging van het nabijgelegen sluizencomplex van Sas-Slijkens. Aldus kon Oostende voor zijn proviandering afgesloten worden van het kanaal naar Brugge. Een zware storm echter belette 's avonds de inscheping van dit korps. Er volgden enkele harde gevechten met de 150 grenadiers van de plaatscommandant kapitein Arnoud Muscar (1757-1837), versterkt met troepen uit Nieuwpoort en Brugge. Tenslotte moesten de Engelsen, na zware verliezen, zich overgeven. De Engelse vloot keerde verslagen terug naar Engeland. Muscar werd hetzelfde jaar nog bevorderd tot kolonel. De Muscarstraat in Oostende is trouwens naar hem genoemd. Deze actie had goed aangetoond hoe kwetsbaar Oostende was. De omwallingen werden hersteld en er werden bijkomende kanonnen geplaatst. Maar Napoleon, ondertussen Eerste Consul, had zijn zinnen gezet op een invasie van Engeland. Oostende maakte toen deel uit van het 'Camp de Bruges', onder leiding van divisiegeneraal Davout. Een groot aantal manschappen (ongeveer 16.000) werd gelegerd in barakkenkampen, links en rechts van de havengeul. Op 09.07.1803 bezoekt Napoleon Oostende een tweede maal en beveelt de bouw van kanonneerplatformen (batterie du musoir) op de staketselhoofden. Davout beveelt ook de oprichting van een platform voor mortieren en kanonnen op een duintop, ongeveer op dezelfde plaats waar later het fort zou opgericht worden. Na een derde bezoek aan Oostende in augustus 1804, krijgt keizer Napoleon nu echter meer interesse in verdedigingswerken rond Antwerpen. De invasie van Engeland werd niet meer als zo dringend beschouwd door de gewijzigde politieke situatie op het Europees vasteland in 1805. De Slag bij Trafalgar (21.10.1805) deed de invasieplannen definitief verdwijnen. Maar een mislukte Britse inval op Walcheren in juli 1809 doet Napoleon opnieuw inzien dat ook Oostende een landingsplaats kan vormen voor een invasie van Britten. Na een vierde bezoek, ditmaal vol pracht en praal, aan Oostende op 20 mei 1810, geeft Napoleon de volgende dag opdracht tot de bouw van drie forten: ten oosten van Oostende het fort Impérial, ten westen van Oostende het fort Royal, en (een nooit gebouwd) zuidelijk fort langs het sluizencomplex van Sas-Slijkens. Napoleon bracht nog een vijfde bezoek aan Oostende op 21 en 22 september 1811.

Bouw

Er werd geopteerd voor een vijfhoekig torenfort met escarp en contrescarp. Het noordelijke punt is gericht naar de zee voor een maximaal schootsveld richting zee. De toren (met twee bouwlagen) is ongeveer 10 m hoog. Elke zijde meet 27,40 m. Er is een vijfhoekige binnenkoer, met een zijde van 8,40 m. Het geheel rust op een fundering van een rooster van zware, houten balken, die op hun beurt rusten op massieve hardstenen blokken. De werken begonnen in juli 1811 met het uitgraven van de funderingen door Spaanse krijgsgevangenen. Er wordt een licht afhellend glacis aangebracht in een omtrek van 500 m. Hierdoor wordt belet dat de aanvaller zwaar geschut opstelt. Plaatselijke bouwlieden voerden het metselwerk uit in snel tempo, zodat de ruwbouw van het fort ongeveer klaar was in 1812. Hierbij moet men bedenken dat de muren 2,65 m dik zijn en er meer dan 8,1 miljoen bakstenen werden gebruikt. In december 1813 is het fort zo goed als klaar. Maar de afwerking is slechts voltooid in het begin van 1814. Toen was de ster van Napoleon Bonaparte al danig bezig aan het tanen na de desastreuze veldtocht in Rusland en de Volkerenslag bij Leipzig (16-19 oktober 1813). Hierdoor heeft dit fort in feite nooit een beleg of militaire actie meegemaakt en aldus nooit enig militair nut gehad. Het fort Royal, aan de westkant van Oostende was gebouwd volgens hetzelfde bouwplan, maar was nog niet klaar toen Napoleon ten val kwam. De bouw werd verder afgewerkt door Engelse soldaten, die dit fort, als zoete wraak, prompt Fort Wellington noemden. Dit fort werd afgebroken einde 19e eeuw. Nu bevindt zich op die plaats de Wellingtonrenbaan.

Indeling

Het imposante bakstenen gebouw, gebouwd volgens een standaardplan van Franse militaire ingenieurs, bestaat uit twee verdiepingen kazematten. De benedenverdieping bevat twee corridors, afgescheiden door pijlers. In de vijf hoeken is er een open haard ingebouwd om deze kille ruimtes toch een beetje warmte te bezorgen. Deze verdieping bevat een bakkerij, een keuken, een munitieopslagplaats en enkele magazijnen. Ze geven ook toegang tot de caponnières en tot de binnenkoer. Twee smalle trappengangen leiden naar boven tot aan het dakplatform. De eerste verdieping dient als slaapplaats voor 500 militairen, met afzonderlijke vertrekken voor officieren en onderofficieren. Hier zijn er 96 schietgaten in de buitenmuur. Het dakplatform diende als uitkijkpost en voor eventuele plaatsing van kanonnen. De centrale toren heeft een omtrek van 137 m en is omringd door een droge vestingsgracht van 10,10 meter breed met vijf caponnières met elk langs weerskanten tien schietgaten voor het kleine flankement (schietgalerij aan de voet van de toren en de contrescarp, waar flankerend geschut opgesteld kon worden). Een eventuele aanvaller, die toch over de contrescarp (6 m hoog) had kunnen afdalen, zat vast in een zone tussen twee caponnières. Hij had geen uitweg en zou ongenadig neergeschoten worden in de vestinggracht. Deze caponnières hebben een puntig zadeldak om te beletten dat er ladders konden worden op geplaatst voor aanval op de centrale toren. De contrescarp is, na de Belgische onafhankelijkheid, verhoogd met twee meter. Hierdoor kwamen de schietgaten in de bovenste verdieping van de toren lager te liggen dan de contrescarp en verloren daardoor hun nut. De contrescarp is aan de basis 2,85 m dik en bovenaan nog slechts 1 m. Pas na deze verhoging heeft deze contrescarp gediend als steunmuur om het duinzand tegen te houden. Rondom het fort wordt er een dubbele gedekte weg met pallisades (hindernis met rijen aangepunte palen) en met een glacis (flauw hellend buitentalud) aangelegd.

Gebruik

De bezetting van dit fort is, in de loop der jaren, aan grote schommelingen onderhevig geweest. In de Franse tijd (medio 1813-1814) waren er 100 fuseliers en 41 artilleristen gelegerd in dit fort, hoewel er voorzien was op een getalsterkte van 500 soldaten. Er waren 36 kanonnen en 10 mortieren. Kort daarop, op 13 april 1814, trekken de Fransen zich terug en ontruimen dit fort. Het fort heeft nadien vele functies vervuld. In de Conventie van Londen (26 juni 1814) wordt bepaald bepaald dat Oostende deel uitmaakt van de zg. Wellington-linie, waarbij Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen militair toezicht kregen in het Koninkrijk der Nederlanden. Het Fort Impérial verandert van naam, eerst tot Fort de Souverein en spoedig daarna tot Fort William (naar de Nederlandse koning Willem). Vanaf 1815 waren er Hollandse militairen gelegerd. Maar het militair belang van dit fort was sterk verminderd, vermits de vijand niet meer uit zee verwacht werd. Het geschut wordt met bijna de helft verminderd tot acht kanonnen en 36 handmortieren. Het fort krijgt regelmatig inspectiebezoeken, onder andere van de hertog van Wellington (1818 en 1819) en Wilhelm I (de latere Pruisische koning) (1819 en 1829). De bemanning van het fort wordt regelmatig verminderd in aantal en uiteindelijk waren er nog slechts twee soldaten gelegerd. Het fort verloedert langzaam en er gebeurt vandalisme en diefstal op grote schaal (waarschijnlijk met medeweten van deze soldaten). Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 worden er Belgische militairen gelegerd. In 1847 wordt besloten tot opheffing van de Wellingtonlinie. De regering besluit tot het bouwen van een fortengordel rond Antwerpen, Luik en Namen. Op 20 maart 1865 besluit de minister van oorlog baron Félix Chazal tot opheffing van het statuut van Oostende als vestingstad. Beide forten blijven weliswaar militair gebied, maar worden in de praktijk niet meer gebruikt. Ondertussen was het fort William al in 1830 omgedoopt tot fort Leopold en kort daarna tot fort Napoleon. Het feit dat Oostende zich toen sterk begon uit te breiden in westelijke richting, heeft het fort Napoleon (gelegen op de oosteroever) gered van de slopershamer. In 1870, gedurende de Frans-Pruisische Oorlog, werden er ongeveer 100 Franse soldaten geïnterneerd, die in het neutrale België kwamen schuilen na de Slag bij Sedan (1-2 september 1870). Zij werden bewaakt door het 7de Linie-regiment. Er werden er nog honderd geïnterneerd in het fort Wellington, bewaakt door het 4de Linie-regiment. De Oostendse bevolking, op verzoek van de Franse consul, toont zijn warm hart en schenkt hen eten, dekens en warme kledij. De geïnterneerden worden vrijgelaten in het voorjaar van 1871. Zij bedankten hierbij de plaatselijke bevolking voor de goede zorgen.

Hierna verdwijnt het militair belang van dit fort. Er is geen wachtpost meer en de laatste stukken bewapening worden weggenomen. Het leger en de burgerwacht houden nog nu en dan oefeningen. Het fort wordt niet meer onderhouden en verloedert snel. De gracht verzandt. OP 4 augustus 1887 wordt het fort officieel niet meer gebruikt en wordt de toegang afgesloten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt fort Napoleon door de Duitse bezetter opnieuw ingezet voor de kustverdediging. Er worden een groot aantal kanonnen opgesteld. Achter het fort stond de Hindenburgbatterij, vier zware geschutseenheden met een bereik van 12 km. Het fort wordt ontzand en ingericht als vergaderkwartier van de artillerie. Er worden twee extra toegangen gehakt in de omwallingsmuur, zodat de centrale toren kon bereikt worden via de caponnières. Er wordt elektriciteit, centrale verwarming en leidingswater aangelegd. De benedenverdieping wordt gebruikt als luxueuze mess voor de Duitse officieren. In die periode werden er muurschilderijen aangebracht, waarvan nog gedeelten bewaard zijn gebleven, zoals 'Der Barbar"1915" van Heinrich-Otto Pieper, aangebracht op de schoorsteenmantel en een allegorische persiflage op de 'Bremer Stadsmuzikanten' rond de opening ernaast. 'Der Barbar' stelt op indrukwekkende wijze een geharnaste Duitse ridder voor met het slagzwaard op de keel van een Schot. Ernaast liggen de afgehakte hoofden van een Italiaan, een Fransman, een Japanner, een Senegalees en een Rus. Op 25 juli 1916 kreeg het fort zelfs bezoek van de Duitse keizer Wilhelm II en zijn zonen Sigismund en Adalbert, en op 28 mei 1917 ook van veldmaarschalk Paul von Hindenburg.

Na de aftocht van de Duitsers in oktober 1918 werd het fort geplunderd en vernield door de woedende Oostendse bevolking. Het fort was nu opnieuw een ruïne. Het fort werd opnieuw korte tijd gebruikt als interneringsplaats voor Vlaamsgezinde frontsoldaten. Deze werden later ingezet als houthakkers in de bossen van de Orne. Na de Eerste Wereldoorlog was er een plan om het fort in te richten als oorlogsmuseum. Uiteindelijk werd het fort de locatie van het Heemmuseum Liebaert, dat voor de oorlog nog in het Maria-Hendrikapark gevestigd was. Hiertoe werden enkele grote werken uitgevoerd. Het fort kreeg een grote onderhoudsbeurt. Het opgehoopte zand wordt per spoor weggevoerd. Enkele schietgaten in de escarpemuur werden opengekapt en omgevormd tot ramen in Romaanse stijl. Het dakplatform werd waterdicht gemaakt met een dikke betonlaag en omgevormd tot drankgelegenheid. Het werk was afgerond in juni 1931. Enkele zalen verwezen naar de geschiedenis van Oostende, van het Beleg van Oostende, de Oostendse Compagnie tot de Eerste Wereldoorlog. Andere zalen hadden een heemkundig karakter of verwezen naar de plaatselijke folklore. René Hansoul schilderde enkele grote taferelen voor dit museum: episodes uit het leven van Napoleon in relatie tot Oostende, de Hollandse Tijd, de bouw van het fort, en de militaire batterijen op de oosteroever gedurende de Eerste Wereldoorlog. De fresco's van Pieper werd gerestaureerd door Gustaaf Van Heste in 1932. Hij werd tevens huisbewaarder van dit museum en ging er met gezin wonen.

Maar in 1938, bij het naderen van de Tweede Wereldoorlog, kreeg het fort opnieuw een beperkte militaire betekenis. In 1939 werd er een militaire observatiepost ingericht. Het museum sloot. Er kwam een afdeling van 'Défense Terrestre contre Aeronefs'. Gedurende de Achttiendaagse Veldtocht brachten ingekwartierde Franse soldaten er grote vernielingen aan. Bij een luchtbombardement van de Oostendse haven op 15 mei 1940 werd het fort weliswaar niet geraakt, maar toch werden veel stukken uit het museum beschadigd of vernield door de luchtverplaatsing van bommen die vlakbij gevallen waren. Op 31 mei 1940 nam de Duitse leger dit fort opnieuw in gebruik als kazerne voor artilleristen. Het zilverwerk en andere waardevolle stukken uit het museum waren vlug verdwenen. De weinig resterende stukken uit het museum werden op 18 juni 1940 overgebracht naar de kelders van het gerechtshof in Oostende. Het dakplatform werd van beton voorzien en ingericht als mitrailleurpost. Na de bevrijding in 1944 werd het fort opnieuw geplunderd door de Oostendse bevolking. Kort daarop waren er Britse en Belgische infanteristen gelegerd. Zij stonden tot eind 1946 in voor de bewaking van het nabijgelegen krijgsgevangenenkamp en militair hospitaal. Aldus logeerden er tussen december 1944 en januari 1946 een Engelse medische eenheid 105th British General Hospital. Tevens logeerden er tot einde juni 1946 twee pelotons van de 5e compagnie van het 51e fuselierbataljon van het Belgisch leger. Na hun vertrek stond het fort weer leeg. Daarna bleef het fort weliswaar militair domein, maar het werd nog nauwelijks gebruikt. Het omgevende terrein werd gezuiverd van munitie en mijnen. Op 28 oktober 1949 besliste de Oostendse gemeenteraad het fort te gebruiken als kinderspeelplein gedurende de zomermaanden. In maart 1951 werd het fort opnieuw overgedragen aan het ministerie van Landsverdediging. Het werd een tijdje gebruikt als oefenterrein en als opslagplaats voor allerhande militair materieel. Het kinderspeelplein verhuisde naar het ernaast gelegen openluchtcentrum 'Duin en Zee'. Maar ook het leger verloor alle interesse in het fort. In 1956 werden de toegangen dichtgemetseld. Na overdracht in 1963 naar het ministerie van Financiën werden er nog enkele onderhoudswerken uitgevoerd. Er kwam een lange periode van verloedering, waarbij het fort gedeeltelijk verdween onder het duinzand. Het fort en het duingebied eromheen werden tot beschermd monument en landschap verklaard op 6 juli 1976 [1]. Het stadsbestuur van Oostende was niet gelukkig met deze beslissing en stelde alles in het werk om deze klassering ongedaan te maken. Er kwamen verschillende voorstellen om het fort te hergebruiken als marinemuseum, als kijk- en kinderboerderij of als hotel. Maar hiervan kwam niets terecht en het fort verviel verder. Het glacis eromheen verdween of raakte volgebouwd. Op 8 maart 1995 werd het fort onteigend van de federale regering en op 20 augustus 1996 in erfpacht gegeven aan Erfgoed Vlaanderen. Erfgoed Vlaanderen vzw ging in 2012 op in de nieuwe Vlaamse erfgoedorganisatie Herita die thans instaat voor het beheer van de site. Het fort werd in verschillende fases prachtig gerestaureerd in de periode 1995-2000. De overblijfselen van de muurschilderingen werden gerestaureerd en de graffiti op de muren werd bewaard. Er werd besloten van het fort een toeristische attractie te maken en het een cultureel-educatieve bestemming voor het grote publiek te geven. Het fort werd officieel heropend op 7 april 2000 en is nu ingericht als museum over 'de evolutie van de Europese vestingbouw' en 'Het Beleg van Oostende'. Het Fort Napoleon is een toeristische trekpleister geworden. Het doet in de zomer eveneens dienst als plaats voor Theater aan Zee. Het wordt ook regelmatig gebruikt voor recepties en seminaries in de moderne bistro en restaurant dat er op harmonieuze wijze werd ingebouwd als zwevende glazen constructie boven een gehalveerde caponnière tussen de centrale toren en de buitenmuur. Er bestaan nu plannen voor de heraanleg in beperkte mate van het historisch glacis. Vlakbij ligt de wetenschapsattractie Explorado Adventure Park, waar men kan kennismaken met de vier natuurelementen: aarde, water, vuur en wind.


Bronnen: Meerdere websites.


^ Naar boven      Website © Werner Bril.         Foto's © Werner Bril, 2005-2016 Alle rechtenvoorbehouden.   Gastenboek.