Lillo fort de Eenhoornmolen.

Index SUPERTIP: ONZE HUIFKARTOCHTEN Rondleidingen Poldermuseum Agenda Linken Getijden Horeca

Voor rondleidingen contacteer: Werner Bril. Gsm: +32 (0) 4 77 55 41 48.


U heeft vragen, wenst ons te boeken?

E-mail ons hier

DE WITTE MOLEN OF EENHOORNMOLEN



VERPLAATST MONUMENT UIT 1735.

Sinds 29 juni 2008 is de molen van Lillo officieël door Minister Van Mechelen opnieuw voor publiek toegankelijk en draaivaardig verklaard. Daardoor kunnen wij u met blijdschap melden dat de "Eenhoorn", en dit dank zij de samenwerking van verschillende diensten van de Provincie, de Stad Antwerpen, zeer zeker het district Berendrecht, Zandliet, Lillo en uiteraard Levende Molens, opnieuw is opengesteld voor publiek.







Bekijk hieronder een VRT reportage met in het laatste deel "De Eenhoorn van Lillo".

In de laatste minuten van deze Vrt reportage over molens, zijn prachtige beelden te zien van Lillo en de Witte Molen in werking op zijn oude standplaats te Lillo Kruisweg. De hele film is al snel meer dan 30 minuten. Breng de schuifbalk tot aan de 22 minuten en geniet van de ongelooflijk mooie beelden van de "Eenhoorn" toen.


Waar eens de wieken draaiden en molenstenen maalden.

Het eerste wat we bemerken van Lillo wanneer we via de Thijsmans- of Liefkenshoektunnel de Scheldelaan oprijden is de Witte molen of Eenhoorn. Iedereen zal het wel met me eens zijn dat het lijkt of je naar een verloren gelopen oerbewoner kijkt in de 21ste eeuw, en zich afvragen hoe in hemelsnaam dit pronkstukje, bijna 3 eeuwen oud, hier is verzeild geraakt. We gaan dus even beginnen met U te verklaren waarom hij hier eenzaam en verlaten over de stroom staart. Het hedendaagse Lillo is in geen enkel opzicht nog vergelijkbaar met het LINDELO uit de verre geschiedenis. De laatste grote veranderingen hebben zich rond de jaren 1960 afgespeeld en zijn vergelijkbaar met wat zich nu afspeeltop de linkeroever met Doel. Het huidige Lillo is slechts een voorschoot van wat ooit een bloeiend en onbeschrijflijk mooi polderdorp was. De windmolen maakte ooit deel uit van het centraal gelegen deel van het dorp, Hij stond op het kruispunt gelegen tussen de beide woonkernen waaraan dit deel van lillo zijn naam dankte. De wegen verbonden Kruisschans, Berendrecht, Stabroek en het Fort van Lillo. Je kan je wel indenken dat deze windmolen de meest vreemde soms vriendelijke, soms ongewenste reizigers zag voorbijstapten. Net zoals de Lillonaren deelde hij in de klappen van oorlogsgeweld, natuurrampen en was hij slachtoffer tijdens de teloorgang van Lillo. Waarschijnlijk was het zijn waardevolle verleden dat hem heeft gered van de totale vernieling, en heeft men hem een tweede kans gegeven, meters hoger en +/- 1000 meter richting Schelde.

Spijtig dat hij niet kan praten, geen grootvader zou zijn kleinkinderen beter kunnen vertellen over wat de Eenhoorn heeft beleefd en gevoeld. Zo zou hij zeker tot in detail de uniformen kunnen beschrijven van de verschillende legers die tijdens hun veldtocht onder zijn wieken doorwandelden. Hij zou u kunnen gidsen door 300 jaar, waarvan tientallen welke hij geedltelijk onder water heeft gestaan, hoe hij als enig gebouw overeind bleef toen België zijn overwinning vierden op de Nederlanders. Hij trotseerde verder de watersnood van 1747,1809,1814,1830 en 1953. Dat het leven voor iedereen hard kon zijn bewijst de dood van een driejarig dochtertje van de molenaar (Roevens Johanna Maria) op 14 mei 1831 wanneer de zeedijk over 200 meter doorbrak als gevolg van een onkundig gebruikte sluis naast het fort en de polders opnieuw ten prooi vallen aan de watergoden. De laatste slag die de bezetters van het fort behaalde was de strooptocht die zij hielden op 8 december 1832 wanneer zij de volledige draagbare inhoud van de molen roofden, ttz: Molenaar Roevens meldde dat volgende zaken werden ontvreemd: "22 veertel koren, 13 veertel tarwe, 4000 pond gepelde gerst, 6 veertel paardebonen, 14 eiken ribben van 14 voet lang, 300 voet olmen vellingen van 4 duim dik en 200 van 3 duim, 2000 voet greinen planken voor de gaanderij, De witte molen bleef gelukkig net buiten de schootsafstand van de kanonnen op Lillo fort welke nog 1839 bemand zouden worden door de Nederlanders. En sinds hij half de jaren 1960 verhuisde naar zijn huidige standplaats zag hij de chemische en petrochemische fabrieken steeds verder uitbreiden en moderniseren. En nu ook het laatste ongerepte vergezicht is verdwenen, staat hij als een relekwie tussen de meest hypermoderne industrie. Al geef ik hem liever de naam " het vrijheidsbeeld van de Scaldia". Ik ben in zijn schaduw geboren, we wandelden tot aan de bank onder de wilg, genoten van het gezang der poldervogels. Mijn moeder wist toen reeds dat hij zou verdwijnen, zij zouden moeten baan ruimen. Een nieuw Antwerpen was in de maak.

De Eenhoorn dankte zijn naam aan het feit dat op het dak van de kap, een metalen afbeelding van paard met een hoorn op het hoofd is geplaatst welke dienst deed als windwijzer. Deze metalen Eenhoorn kwam er doordat de molen het eigendom was van David Gijsen, drogist op de Korenmarkt te Antwerpen, bij wie het bord "Den Eenhoorn" uithing. Het verhaal van de witte molen begint in 1735,wanneer Johan Van De Sande, gehuwd met Maria Verheyen,Een inschrift herinnert nog aan deze gebeurtenis: JOANNES / VAN DEN SANDE / ANNA MARIA VERHEYEN / ANNO 17 MEI /, de robuste stellingmolen optrekken in rode baksteen. De eerste molennaar die de molenwieken deed draaien was Roevens Dillis, de stiel zou later woren verder gezet door zijn kinderen en kleinkinderen. Dat de grond in de Lillose polder van goede kwaliteit was is te merken aan het feit dat zich rond de molen een wijngaard bevond die echter door de overstroming van 1784-1785 volledig vernield werd. De zure nasmaak van het zoveelste militair conflict in deze regio dat zorgde dat de polders onderwater werden gezet om alzo het fort buiten bereik van de vuurmonden te houden bij een belegering. In 1875 werd de Eenhoorn, door erfenis, eigendom van molenaar Jan Baptist Roevens-Gijsen.

Als eigenaar werd hij in 1885 opgevolgd door molenaar Louis Spruyt-Vandenbosch. Door erfenis kwam de molen in 1920 op naam van Jozef De Jongh-Spruyt, landbouwer te Lillo. die hem dan ook na de 2de wereldoorlog en zware beschadigingen (door Engels kannonnenvuur en vliegende bommen),ten spijt, weer in zijn oude glorie hersteld, en hem tot 1966/67 in de wind keerd. Blijkbaar heeft het dank zij een op 13 october 1943 verschenen besluit welke de molen als monument liet beschouwen, er toe geleid hem nog een volledige restauratie toe te kennen. De molen werd in 1957 hersteld door molenmakers Caers uit Retie en Jansen uit Geel en op 7 maart 1957 werd de hernieuwde molen plechtig ingehuldigd. Dan word hij eigendom van de stad Antwerpen, een totoaal verkeerde inschatting deed hem aan de Scheldelaan belanden, waar hij tot op heden nog steed is te bewonderen. In 1966 kocht deze de molen aan voor een bedrag van 6.847.000 frank. Ze lieten hem door de firma "De Vos" uit Lommel in een plaaster kleedje zetten, verzaagde hem in stukken, nummerde de onderdelen en plaatste de wentelaar in 1967 op de eerder genoemde Scheldelaan. Deze verplaatsing alleen kostte 3.629.000 frank aan de stad Antwerpen. Op 18 augustus 1967 verscheen het koninklijk besluit tot verplaatsing, maar reeds op 20 februari 1967 was men met de afbraak begonnen. Op 10 juni 1967 draaide hij voor het eerst op zijn nieuwe standplaats. Ik ben in zijn schaduw geboren, zijn houten knarsende geluiden, groen geverfde ramen deuren, witte mantel en sierlijke windwijzer, ze zijn een stukje uit mijn jeugd, en moeilijk te vergeten. Helaas blijft de molen andermaal stilstaan! De weigering een bouwvergunning toe te kennen voor de oprichting van een molenaarshuis naast de molen (aangezien die gelegen is in een "groen bufferbekken" in de industriezone) zette duidelijk een domper op de voorgenomen exploitatie.


De molen op zijn oude
stek te Lillo Kruisweg.

Als een uit de oertijd vergeten relekwie
tussen moderne technieken.

Literatuur

→ R. Havermans, "De windmolen van Lillo-Kruisweg", in: Calmpthoutania, XIX, 1967, p. 13-16;
→ F. Bresseleers, "Waarom de Witte Molen ook de Eenhoorn heet", in: Ons Heem, XXII, 1968, p. 31-32;
→ G. Snacken, "Bijdragen tot de geschiedenis der gemeente Lillo", Antwerpen, 1931;
→ J. Van Tichelen, "Geschiedenis van Lillo", Antwerpen, 1936;
→ H. Holemans & P.J. Lemmens, "Molens van de Voorkempen en van Groot-Antwerpen", Nieuwkerken, Ten Bos, 1983, p. 69-70;
→ G. Kockelberg, Historische molenvermeldingen in en om Antwerpen.
→ Een blik op de 1000-jarige geschiedenis der Antwerpse molens", Antwerpen, 1986, p. 91-93;
→ F. Brouwers, "De toekomst van een verleden.
→ Levende molens in de provincie Antwerpen", s.l.,
→ Levende Molens Werkgroep Kempen-Antwerpen, (1997);
→ M. Bollen, "Molenverhaal", in: Polderheem, VIII, 1973, nr. 2 (juni), p. 13-14;
→ M. Bollen, "Malende molen te Lillo!?", in: Polderheem, XXIV, 1989, nr. 2, p. 32-37, ill.;
→ T.S., "Douanier redt windmolen", in: Levende Molens, jg. 9 (1987), nr. 11, p. 82-83, ill.;
→ "In de bres voor levende molens. Lillo: Molen 'De Eenhoorn' ", in: Levende Molens, jg. 7 (1985), nr. 9, p. 65-66, ill.;
→ Fr. Bresseleers, "Terugblik op de windmolens in de Antwerpse polders", in: Ons Heem, jg. XX, 1966, nr. 6 (slachtmaand), p. 257-260.

Meer info → www.levendemolens.be


^ Naar boven      Website © Werner Bril.         Foto's © Werner Bril, 2005-2016 Alle rechtenvoorbehouden.   Gastenboek.