Lillo. Wie is "Krabbevanger"

Index SUPERTIP: ONZE HUIFKARTOCHTEN Rondleidingen Poldermuseum Agenda Linken Getijden Horeca

Voor rondleidingen contacteer: Werner Bril. Gsm: +32 (0) 4 77 55 41 48 - Tel: +32 (0) 3 345 41 48.


U heeft vragen, wenst ons te boeken?

E-mail ons hier

UW GIDS, WERNER BRIL. BIJGENAAMD "DE KRABBEVANGER"


Ja, wa zak zegge, krabben houden van water he.










Wie waren zij,

wie waren zij die jaren trug
in weer en wind, en met gekromde rug,
met visgerij en boeralaam,
ons int verleen zijn voorgegaan.
en die in lief en leed,
voor ons hebben gesmeed,
met zweet en bloed
en veel gevroet,
een landeke klein, maar ho zo zoet.

uit "gedichten van een krabbevanger"
van: Werner Bril.

De grootouders en ouders van de Krabbevanger.

Links Familie BRIL-MOUS en zonen.
Petrus Jef(mijn vader) Louis en Jean
Rechts Famile DE LEE- MIDDELKAMP en dochters.
Maria en Hilda(mijn moeder)
En mijn ouders op hun huwelijksdag.


Werner Bril, 14 november 1955.


Werner Bril, geboren 14 november 1955 is de persoon achter "Krabbevanger", hij is als Lillonaar geboren en kreeg dan ook hun bijnaam er gratis bij. Het is echter aan de ochtend van zijn half eeuwse verjaardag dat deze een echte grote rol is gaan spelen. Bij het opstarten van deze website koos hij voor "Krabbevanger" omdat Lillo-fort reeds in gebruik was. Het was toen nog niet de bedoeling om de naam "krabbevanger als alias te gaan gebruiken, maar al snel kwam hij tot de conclusie dat deze naam bij het publiek een bepaalde aantrekkingskracht had. Het Scheldegebeuren, de link naar het verleden voor diegenen die het krabbevangen ooit kende of beleefde, en de bezoekers die van het hele zaakje juist niets kennen, maar een groot interesse toonden, deden hem beslissen de "krabbevanger" van Lillo te worden.

"De krabbevanger" is de zoon van Jozef Bril (geboren 02-01-1923 te Zandvliet), en Hilda De Lee (geboren te Lillo op 22-04-29) die samen een stulpje bouwde in de Onafhankelijkheidstraat in "Lillo kruisweg". Hij zou een zusje bijkrijgen in 1959, "Marina" en besefte dus al heel snel dat krijgen niet altijd een geschenk is (hihi). Door de anexatie van de polderse dorpen werden ook mijn ouders even SINJOOR, ze verhuisden richting Ekeren naar aanleiding van het onteigenen en de daarop volgende afbraak van hun woning.
Werner kende nog net de overgang naar de moderne tijd die industrie en werkverschaffing zou brengen in het noorden van Antwerpen. Hij zou nog even mogen proeven van het dagelijkse doen van voor de torenhoge schouwen, bulderende vrachtwagens en het jachtig leven van vandaag. Dit zorgt voor de fundatie in zijn verhaal. De fruitbloesems en extra large werkpaarden in de weide en polders van toen, staan in schril contrast naar de horizont van vandaag. De garnaalvissers, ze zijn verdwenen. De pelsjagers uitgestorven en de boer hij ploegt nog steeds, maar veel minder en verder weg. Lillo, het fort uit zijn jeugd, is opnieuw een bolwerk geworden waar hij graag vertoefd. Het is een voorschootje ongelooflijke geschiedenis. Een kathedraal van vergane glorie, een relekwie zonder weerga, gelegen aan de oevers van een stroom vol tranen, een rivier die stilzwijgend naast duizenden gedachten, verhalen en anekdoten een procesie is geworden voor zij die alles offerden voor de luxe van vandaag. Een inheems volk, dat alles gaf om hun kinderen en kleinkinderen van het hedendaagse leven te laten "genieten". Zij werden groot en kennen geen andere wereld als deze nu, laten hen groeien in hun omgeving. Maar geef hen mee wie wat deed voor hun PC, auto, TV en ski vakantie hier in het noorden van Antwerpen.


Mijn grootvader "Flor De Lee" in 1903.


Emilius De Lee, mijn overgrootvader begin vorig eeuw.


De "moeke en voke" van 't Krabbevangerke trouwden op 15 october 1947 in Lillo. Hilda werkte bij haar vader aan boord tijdens het vissen op garnalen, Scheldevis en de jacht op "eendvogels en Zeehonden". Echt mannenwerk toen, maar volgens de door mij verkregen informatie "nen echte kwaaie jonge toen". Een kleedje raar of zelden een overal des te meer.
Vader Jefke, beter bekend als "de stier" was een sportman in hart en ziel. Voor, tijdens en na de oorlog was hij beroepsrenner (als de koeien waren gemolken mocht hij pas vertrekken naar de start), en moest hij soms vanuit Berendrecht nog naar Kortijk of andere bestemmingen fietsen, daar even zien tussen de prijzen te vallen en dan weer huiswaarts op zijn tweewieler. ('k Wil niks zeggen maar nu zijn er die al niet meer trainen als het waait). Ook de plaatselijke voetbalploeg kon zijn inzet best gebruiken, hij ontving dan ook een mooie trofee voor zijn vierhonderste match in de eerst ploeg van Berendrecht sport.
Hij was een goede vader, hij hield van zijn familie, sport en werk.


Hij had haar leren kennen op het fort
Hij zij" hey schat" zij antwoordde "niet van u zot".
Toch keerde het tij, en ikke blij.


De koeien op de stoep, en de vrouwen samen in de straat, en waar zijn de mannen......

Toen scheet de koei nog op de stoep,

Toen scheet de koei nog op de stoep,
en stoengen lepels recht in moe heur soep.
Ne meute waarde mor een jaar,
en werkvolk kreeg geen blaar.
Hun eeltlaag was zo dik,
hun spieren sterk as een krik.
Wa wast ne goeie ouwe tijd,
die rook nor hooi en koeieschijt.

uit "gedichten van een krabbevanger"
door "Werner Bril".

Het Lillo van toen, echt sociaal gebeuren: 1300 bewoners in 1958 en 3 fanfares, gansrijders, spaarkastje, enz. Allee alle togen vol in de plaatselijke kroegjes. En de vrouwen, ja die waren zo gelukkig in hun keuken............


Polderlandschapje vanop een dijk.


Waar eens de paarden graasde,

Waar eens de paarden graasde,
zojuist een dertigtonner raasde
en't boerken nu voor goed ontzield,
die van zijn veld en piepers hield,
ziet nu alleen maar mist en rook,
en zeker van geen vuurkestook,
wanneer hij op den Scheldedijk,
ziet 't eeuwenoude zwarte slijk,
waarnaast zij stonden eens te loeien,
zijn wit me zwart geplekte koeien.

uit "gedichten van een krabbevanger"
door "Werner Bril".



Op de dijk met moeke.           Op de fiets bij voke.        

  

Nooit geweten van energie tekort.
voke had zijne velo, ikke de mijne (eentje me volle baande wer)


Twee plaatsjes die ik graag "toen" had willen zien.




Ze dochte da kik een maske was, Prrrrr, jaloes oep men krolle ja.


En toen had ik er een zuster bij, was eerst al bang dat ze een nonnetje mee naar huis zouden geven.
Maar, ze hadden het misschien beter gedaan, amaai.


En we groeide en groeide, zoals de kolen zeggen ze in Lillo. Ik deed mijn eerst communie in de kerk op de Kruisweg, de pastoor zei toen al tegen zijn vader: "Jef, daar godde ver moete oeppasse zenne, das ne maskeszot". Mo wa wilde na Mr Pastoor, antwoorde mijn vader. Alleen me 9 maskes in witte klekes in 't grootste restauraan van 't teurp gon eten, ge zou ver minder zeker.

De lintjes gingen van de schoentjes, de korte pijpen van ons broek die werden lang, en de kapper, die konden we doodschieten zonder te pinken. De "The Beatles" was toen "cool en bangelijk". Alles hebben Krabbevangerke en zijn maten in Lillo geleerd, zwemmen in de kaai, smoren en drinken, de pastoor die kreeg gelijk want vrouwelijk schoon kon de schuinmarcheerder pas echt waarderen.

Sanne, dochter van de krabbevanger.

Hij heeft ondertussen een dochter, een blozende appel die niet ver van den boom is gevallen. Een levensgenieterke, met de stem van een nachtegaal. Ze volgt hoge school te Antwerpen. En geloof me of niet, die gaat helemaal niet te schatten zijn, Krabbevanger heeft nooit school gelopen om iets te vertellen, Maar Sanne Bril, daar gade nog van horen. Zeg nu zelf, het leven kan zo mooi zijn, en met de opwarming van de aarde schijnt de zon blijkbaar nog meer dan vroeger.

Sanne, dochter van de krabbevanger.





"Krabbevanger" en "Ganzenrijder",

of hoe een bijnaam uit je jeugd een eigen leven gaat leven. Maar er is nog meer wat hem steeds zal bijblijven uit zijn jeugd. Zo is er bv de dag dat hij Koning is geworden van de Ware Gans te Lillo. Een kleine droom toch van iedereen die in de polder is geboren en dat virus met de moedermelk heeft meegekregen. Door de industrialisatie van Lillo-kruisweg en Oud-Lillo was in 1962 de vroegere vereniging ontbonden. In 1973/74 staat ons kaal baardmannetje mee als 18 jarige aan de wieg van de hedendaagse vereniging der ganzenrijders in Lillo. Een eveeneens oud Lillonaar, Jos Van Aerde, (zie www.lillo-fort.be) rukt de kop in 1974 van de gans. In 1975 is het geluk aan de zijde van uw gastheer Werner Bril. De nek breekt in zijn handen en hij is een jaar lang de koning te Lillo. De eer om als eerste koning, gekroond en met mantel, Lillo terug aan het keizerrijden te kunnen laten deelnemen, heeft hij nooit vergeten en is een van zijn mooiste dagen uit zijn "tijd van toen".

Het net hangt rechts naast de gebogen nek, 1 kans op 2. Of ik grijp er tussen, of er naast. Boven de kop pakken gaat door mijn hoofd, ik grijpt, trek, over de schouder, mijn arm schiet plots naar voren, JA, hebbes. De gans vliegt onthoofd achteruit, de menigte jubelt en roept. In mijn hand "DE OVERWINNING".



















Ja, de wildemannen met rondas en knots, voorzien van baard en snor, ze spoken er nog steeds tusen de wallen.

Vandaag de dag, en net over de kaap van tram 6, zie je hem met de regelmaat van de klok door Lillo zwerven. Al dan niet gevolgd door een groep geintereseerde bezoekers, of met zijn fototoestel in de hand. Samen met de geesten der wildemannen, de doodskreten van honderden Spaanse belegeraars, de geuzenvlag en de buikkrampen van Napoleon neemt hij ieder mee in de historie van een eeuwenoud maar tastbaar verhaal. Als gids vertelde hij in de voetsporen van zijn grootvader reeds op zijn 17de hoe het was, het Lillo van toen. De zilte geur der Schelde, de vergezichten in de polders.


De kerk verdween, een museum verscheen.

  

Het is voorbij,



De wilgentakjes recht omhoog,
zijn voetjes nu nog even droog.
een kort moment, dan gaat hij dood,
de wilg naast veld en poldersloot.
Vaarwel gij kerktoren,
vaarwel gij zicht van wiegend koren.
Het is voorbij,
het eind nabij

Uit "gedichten van een krabbevanger"
Van "Werner Bril"

Het is voorbij,


Waar eens het godslicht brande
en vele mensenhande
gekruisigd en het hoofd omlaag
rest enkel nu en zelfs heel vaag
een laatste muur, slechts een skelet
geen psalm meer, neen geen gebed
geen klingellende klok die luid
Hier is de mis voor altijd uit.

uit "gedichten van een krabbevanger"
van "Werner Bril"


^ Naar boven      Website © Werner Bril.         Foto's © Werner Bril, 2005-2016 Alle rechtenvoorbehouden.   Gastenboek.